GEBRUIK VAN DE C.A.T4

Volgen

BEDIENING VAN DE C.A.T

Pak het handvat vast. Houd de schakelaar ingedrukt totdat u de pieptoon hoort welke aangeeft dat de batterijstatus OK is. Vervang beide batterijen indien er geen pieptoon hoorbaar is of als het batterij-icoontje knippert.

 

Selecteer Modus

GEBRUIK VAN DE C.A.T4

Houd de C.A.T4 met het blad verticaal en met de onderste rand net boven de grond. Zwaai of kantel de C.A.T4 niet meer dan een paar graden vanaf verticaal. Door met de C.A.T te zwaaien daalt de nauwkeurigheid; alle eC.A.T4- en gC.A.T4-modellen beschikken over SWING, een sensor die gebruikers eraan herinnert de C.A.T correct te gebruiken.

Kabels en leidingen opsporen

De gevoeligheidsschakelaar wordt gebruikt om het signaalbereik te beperken waarin de C.A.T4 een leiding of kabel kan opsporen. Zet de gevoeligheidsschakelaar op het maximum alvorens het opsporen te starten.

In alle opspoormodi stijgen de signaalsterktes zichtbaar en hoorbaar naarmate de C.A.T dichter bij een leiding of kabel komt, en dalen deze zodra deze er voorbij gaat.

Wanneer de meetuitslag van de grafiek maximum over een leiding of kabel gaat, dient u de gevoeligheidsschakelaar omlaag te draaien en opnieuw over de opspoorpositie te bewegen. Door dit proces heen en weer te herhalen over de maximale uitslagpositie, kan de positie van de kabel of leiding bepaald worden. De waterlijnfunctie houdt de maximum meetwaarde vast om een piekmeetwaarde makkelijker te kunnen identificeren.

Als het moeilijk is om in de Avoidance stand de positie te bepalen dient u te schakelen tussen de aangegeven lokaliseermodi (Genny, Power of Radio) voordat u de gevoeligheidsschakelaar aanpast om de kabel of leiding te vinden.

Volgen van de geleider

Nadat de plaats van de geleider is gevonden, houdt u de C.A.T4 rechtop en overdwars voor u. De C.A.T bevindt zich in een rechte hoek boven de geleider wanneer een maximaal toonsignaal te horen is en een maximale meteruitslag te zien is, bij een minimaal toonsignaal en een minimale meteruitslag loopt het parallel aan de geleider. Controleer op nauwkeurigheid door de gevoeligheidsschakelaar aan te passen terwijl u de C.A.T. heen en weer beweegt (dit proces is mogelijk minder precies in Power Modus door de aard van detecteerbare stroomsignalen).

 


Volg de ondergrondse geleider terwijl u de C.A.T4 verticaal houdt en beweeg deze gelijkmatig heen en weer. Volg de lijn van de ondergrondse geleider, en markeer als nodig over het op te graven gebied.

Een gebied scannen alvorens graafwerkzaamheden uit te voeren

Het wordt aangeraden eerst te scannen in de Avoidance stand, gevolgd door gedetailleerde scans in de andere standen. Gebruik de Genny stand voor dieptemeting zodra een leiding of kabel wordt gedetecteerd (alleen C.A.T4+, eC.A.T4+ en gC.A.T4+).

Zet de Functieschakelaar in (Avoidance stand) om het gebied te onderzoeken (=vegen) voor kabels of leidingen die Genny, stroom- of radiosignalen afgeven. Zet de gevoeligheidsschakelaar op maximaal voordat u begint. Als de meteruitslag van het signaal op maximum blijft staan, verlaagt u de gevoeligheidsschakelaar zodat de meteruitslag onder de helft aanduidt voordat u begint.

Onderzoek het af te graven gebied in een gelijkmatige en vlotte beweging.

Traceer het geleidertraject door voorwaarts te lopen, daarbij de C.A.T4 rechtop te houden en rustig heen en weer te bewegen. Loop vervolgens over de lengte van het af te graven terrein, beweeg over de breedte in parallelle bewegingen van circa 0,5 meter uit elkaar. Bij het gebruik van een Genny in inductiestand, dient u de Genny zodanig te positioneren dat de pijlen op de C.A.T4 evenwijdig lopen met de pijlen van de Genny4 (zie afbeelding).

Spoor dan zigzaggend over de breedte de hele lengte van het terrein af. Wanneer de Genny in de inductiemodus gebruikt wordt, moet het apparaat in de getoonde positie worden geplaatst.

Als u een kabel of leiding gevonden heeft, dient u eerst de richting van de kabel of leiding te bepalen, traceer dit vervolgens over het af te graven terrein, markeer indien nodig.

Ga dan verder met het afsporen van het terrein.

 

Actief opsporen met inductie - parallelle leidingen en kabels zoeken

Leg de Genny4 op de zijde, het gebied wordt nu “overstelpt” met Genny signalen. Houd er rekening mee dat het signaal niet direct naar onder zendt. Verplaats daarom de Genny4 minstens één meter verder en voer dezelfde onderzoeksmethode uit. Of gebruik de 2-man-methode zoals hieronder geïllustreerd, om het terrein op ondergrondse geleiders te onderzoeken.

 

 

Elimineren van parallellopende kabels of leidingen (‘opheffen’)

In sommige toepassingen kan een signaaldragende kabel of leiding de parallellopende gas- of waterleidingen maskeren. Een sterk positioneersignaal kan bijvoorbeeld een grote kabel volgen die dicht bij een tweede kabel loopt met een zachter signaal. In deze situatie zal de C.A.T4 het signaal van de grotere kabel herkennen, maar niet de tweede kabel. Doe het volgende om de tweede kabel te positioneren:

  1. Zet de Genny4 in de inductiestand, plaats de Genny4 direct boven en evenwijdig aan de vermoedelijke loop van de geleider (zie illustratie).
  2. Er zou nu geen positioneersignaal verstuurd mogen worden naar de kabel onder de Genny4, maar het Genny signaal zou nu verstuurd moeten worden naar andere kabels in de buurt en deze kunnen nu gepositioneerd worden met de C.A.T4.

 

Diepte meten met de C.A.T4+/eC.A.T4+/gC.A.T4+ en Genny4

Gebruik de C.A.T4+, eC.A.T4+ of gC.A.T4+ dieptemeting NIET om te beslissen of machinaal gegraven kan worden.

Dieptemeting is alleen mogelijk met de C.A.T4+, eC.A.T4+ of gC.A.T4+ in de Genny stand.

Als u de Genny4 in inductiestand gebruikt, dient u ervoor te zorgen dat de positie van de dieptemeting zich op minstens 10m van de Genny bevindt. Bij gebruik van een directe aansluiting of een zendtang kan deze afstand ingekort worden tot circa 5m. Zodra u een kabel of leiding gelokaliseerd hebt, positioneert u de C.A.T er boven en in een rechte hoek op de richting ervan.

 

Druk kort op de diepteknop. Op het display is de geschatte diepte tot de gedetecteerde geleider te zien.

Voor geen diepteschatting uit nabij een bocht of aftakking in een kabel of leiding.


Deel dit artikel

Was dit artikel nuttig?
Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0

Opmerkingen