Bediening: Deel 2

Volgen

Uitgangsvoeding zender

De zender ondersteunt verschillende uitvoermodi waarmee u de optimale instellingen kunt selecteren voor uw vereisten, en tegelijkertijd de levensduur van de batterij kunt verlengen.

Uitgangsvoeding aanpassen

Uitgangsvermogen aanpassen:

  1. Druk op de knop of om de uitgangsvoeding te verhogen of verlagen

Boost (alleen Tx-10)

Met Boost kan de Tx-10-zender op maximaal vermogen draaien. De boostmodus kan ingesteld worden voor een specifieke tijdsperiode.

Boost configureren:

  1. Druk op de toets om het menu te openen.
  2. Blader naar het menu BOOSTmet behulp van de knoppen en
  3. Druk op de knop om het menu BOOST te openen
  4. Stel de duur van de BOOST in met behulp van de knoppen of . U kunt kiezen voor een periode van 5, 10, 15 of 20 minuten of AAN voor voortdurend gebruik
  5. Druk op de knop om uw wijzigingen te accepteren en het BOOST-menu af te sluiten
  6. Druk op de knop om het menu af te sluiten.

Boost inschakelen:

  1. Configureer eerst de duur van de boost met behulp van bovenstaande procedure
  2. Houd de knop ingedrukt tot BOOST wordt weergegeven op het scherm van de zender
  3. De zender sluit de boost-modus automatisch af na de geselecteerde duur

Boost uitschakelen:

Druk op de knop om boost uit te schakelen

Eco-modus zender

Als u gebruik maakt van alkaline D-cell batterijen in Tx5- en TX10-zenders, kunt u het effectieve gebruik van de batterijen verlengen door de Eco-modus in te schakelen.

In de Eco-modus wordt de stroom van de zender verlaagd als de batterijen niet langer het vereiste vermogen kunnen leveren.

Als de Eco-modus actief is en de stroomtoevoer verlaagd is, wisselt het scherm tussen POWER en het stroomuitgangsniveau.

De zender geeft drie pieptonen af als de stroomtoevoer verlaagd wordt. Hij blijft vervolgens twee pieptonen per minuut afgeven als hij in verlaagde stroomtoevoer staat.

Eco-modus inschakelen of uitschakelen:

  1. Druk op de toets om het menu te openen.
  2. Blader naar het menu BATT met behulp van de knoppen en en open het door op de knop te drukken.
  3. Blader door de batterij-opties met of tot ALK wordt weergegeven. Druk op de knop .
  4. Gebruik of tot ECO wordt weergegeven en druk op de knop om de Eco-modus in te schakelen. Or
  5. Selecteer NORM en druk op de knop om de Eco-modus uit te schakelen.
  1. Druk op de knop om het menu af te sluiten.

Meetmodus

De zender heeft de mogelijkheid om impedantiemetingen te geven door de resulterende impedantie te bepalen binnen de krokodilklemmen van de directe verbinding als hij is aangesloten op de utiliteitskabel. Deze metingen kunnen handig zijn bij het beoordelen van de ernst van een fout in een mantelkabel. Het is ook mogelijk spanning te meten die potentieel aanwezig kan zijn op utiliteitskabels, om te waarschuwen voor mogelijk gevaarlijke of schadelijke spanning.

In meetmodus wordt de meting van de zender afgeleid van het AC-signaal dat zich op de leiding bevindt

Impedantie- en spanningsmetingen

  1. Sluit de directe verbindingsaansluitingen aan op de utiliteitskabel en schakel de zender in.
  2. Houd de knop ingedrukt tot MEAS wordt weergegeven en het pictogram voor meting geactiveerd is.
  3. Op het scherm van de zender staan nu het gemeten spanningsniveau binnen de connectieaansluitingen.
  4. Druk eenmaal op de knop , dan wordt op het scherm de gemeten impedantie binnen de connectieaansluitingen weergegeven.
  5. Het metingspictogram geeft de volgende symbolen weer:
  6. Om MEAS-modus af te sluiten, houdt u de knop ingedrukt tot het scherm weer terugkeert naar het normale bedieningsscherm.

Impedantiemetingen met behulp van een actieve frequentie

  1. Sluit de directe verbindingsaansluitingen aan op de utiliteitskabel en schakel de zender in.
  2. Selecteer de gewenste frequentie en zend het signaal uit.
  3. Druk eenmaal op de knop , dan wordt op het scherm de gemeten impedantie binnen de aansluitklemmen weergegeven en ook het uitgangsvermogen van de zender.
  4. Druk eenmaal op de knop om terug te keren naar het hoofdscherm.

CALSafe™

RD7100-kabelzoekers die zijn uitgerust met een gebruikslogboek kunnen ingesteld worden om zichzelf uit te schakelen als ze voorbij de verwachte service-/kalibratiedatum zijn.

Als het apparaat binnen 30 dagen van de vervaldatum van het onderhoud is, geeft het apparaat bij het starten aan hoeveel dagen er nog over zijn. De kabelzoeker werkt niet meer op de datum waarop service uitgevoerd moet worden.

CALSafe™ is standaard uitgeschakeld. U kunt de onderhoudsdatum voor CALSafe aanpassen of deze functie uitschakelen met het computersoftwarepakket RD Manager. Zie de gebruikershandleiding bij RD Manager voor meer informatie.

Logboekregistratie gebruik

RD7100-log- en GPS-kabelzoekermodellen beschikken over een krachtig gegevenslogboeksysteem waarmee elke seconde alle essentiële instellingen (inclusief GPS-positie, indien beschikbaar) en waarschuwingen van het toestel gedocumenteerd worden in het interne geheugen.

Het automatische logsysteem is altijd actief en kan niet uitgeschakeld worden. In het geheugen kan ten minste 500 dagen aan normale gebruiksgegevens opgeslagen worden, op basis van 8 gebruiksuren per dag. Logs kunnen opgehaald worden met behulp van de computerapplicatie RD Manager, voor gebruiksanalyse en onderzoekscontrole. Zie de gebruikershandleiding bij RD Manager voor meer informatie.

 

Klik op de onderstaande link om de gebruikershandleiding van RD Manager te bekijken

https://www.radiodetection.com/sites/default/files/RDMANGER-OPMAN-ENG_05.pdf?_buster=U_HllBC9

Deel dit artikel

Was dit artikel nuttig?
Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0

Opmerkingen